Een aantal glas-in-lood vensters
Nu weer naar boven ziende in de richting van het hoofdaltaar vinden we een vijftal prachtige ramen, wederom uit het atelier van Nicolas naar een ontwerp van Cuypers. De 3 middelste ramen dateren uit 1898 de 2 buitenste dateren van later. Ze tonen ons taferelen uit zowel het oude als het nieuwe testament. In het meest linkse raam de leeuw als symbool van de evangelist Marcus, koning David met de harp, de profeet Isaias en de onbevlekte ontvangenis van de moeder Gods. Het raam ernaast bevat afbeeldingen van de mens als symbool van de evangelist MattheÜs, de aanbidding van het H.Sacrament en de mannaregen in de woestijn.
Een kleurrijke inkijk
In het middelste raam de pelikaan die zijn jongen voedt met zijn eigen bloed en voorts het symbool van de H.Drievuldigheid en de kruisdood van Christus. We zien er de gekroonde Vader en Zoon, gezeten op een troon met de H.Geest als duif erboven. De mantel van de Vader is rood, niet alleen de kleur van het bloed der martelaren maar zoals we even geleden ook al hebben gezien de kleur van de macht. De Zoon is in het blauw gekleed en dat is vanouds de kleur van de dienstbaarheid. Ook dat hebben we al eerder gezien bij Maria. Tussen de Vader en de Zoon zien we een opengeslagen boek met de letters Alfa en Omega, de eerste en de laatste letter van het Griekse alfabet, ten teken dat God het begin en het einde is.
Het volgende raam toont de adelaar als symbool van de evangelist Johannes, de aanbidding van het Lam en het bezoek van de drie engelen aan Abraham.
In het meest rechtse raam tenslotte het rund als symbool van de evangelist Lucas, de ark des verbonds en het eerste mensenpaar Adam en Eva.
Nemen we nu vanaf links de omgang rond het altaar dan komen we achtereenvolgens in de ramen de afbeeldingen tegen van de H. Elisabeth, H.Franciscus, H.Clara, H.Oda, H.Barbara, H.Juliana van Luik, H.Lucia, H.Johannes van Oisterwijk, H.Petrus met de boeien (de patroon van de parochie), Abel, Adam en Eva, H.Jozef, H.Willibrordus, H.Servatius, H.Lambertus, H.Hubertus, H.Augustinus, H.Martinus, H.Ludovicus, H.Helena en tot slot Karel de Grote.
Ter toelichting op de ramen:
De eerste serie ter rechterzijde van het hoogaltaar toont bovenin Christus met een koningskroon, scepter en wereldbol waaronder de tekst "rex sanctorum" (koning der heiligen). Eronder zien we drie vorstelijke personen Ludovicus, Helena en Karel de Grote. Ludovicus = Koning Lodewijk IX van Frankrijk, bekend als Lodewijk de Heilige. Tweemaal ging hij op kruistocht. De eerste keer kwam hij in Constantinopel en bracht vandaar in 1239 de doornenkroon van Christus mee naar Parijs. Voor de verering van deze relikwie liet hij op het Seine-eiland de beroemde Sainte Chapelle bouwen. Sinds 1806 wordt de doornenkroon bewaard in de Parijse Notre Dame. Tijdens zijn tweede kruistocht stierf hij in Noord-Afrika aan de pest. Op het raam draagt hij de doornenkroon in de hand. Hoewel onzekerheid bestaat over haar afkomst wordt aangenomen dat St.Helena een Engelse prinses was die door huwelijk keizerin werd van het Romeinse rijk. Zij was de moeder van de eerste Christen-keizer, Constantijn de Grote. Volgens een legende vond ze te Jeruzalem het H.Kruis van Christus dat ze naar Rome liet vervoeren. Grotere delen van het kruis worden bewaard te Rome, Venetië, Parijs en Brussel. Splinters zijn verspreid over de gehele wereld. Ze stierf in 328. Op het raam is ze afgebeeld met het gevonden kruis.
Karel de Grote was koning en later keizer der Franken. Hij speelde een belangrijke ondersteunende rol bij de kerstening van West-Europa. Hij verbleef veel in Aken waar hij ook overleed, in de door hem gestichte domkerk werd begraven en als een zalige wordt vereerd. Hij staat afgebeeld met keizerskroon en wereldbol en als teken van macht in de rode keizersmantel.
Boven de tweede serie ramen vanaf rechts in de kooromgang leest men de tekst "Lumen Confessorum" ofwel "Licht van de belijders". Er staan drie bisschoppen afgebeeld:Hubertus, Augustinus en Martinus, ieder met zijn eigen attribuut. De Aquitaanse edelman Hubertus was een liefhebber van de jacht. Een legende verhaalt dat hij tijdens een jachtpartij in de bossen ergens in de Ardennen, een groot hert ontmoette dat een wit kruis droeg tussen het gewei. Hubertus begreep de boodschap en deed onmiddellijk afstand van verdere wereldse genoegens en vestigde zich als kluizenaar. Onder de geestelijke leiding van St.Lambertus bereidde hij zich voor op het priesterschap. Hij werd later de derde bisschop van Maastricht. Hij verplaatste de bisschopszetel naar Luik waar hij in 727 stierf. Hij draagt een open boek dat duidt op de verkondiging van het evangelie. Het hert herinnert aan zijn bekering. Augustinus werd in 354 in Tagaste in Afrika geboren. Aanvankelijk leidde hij een stormachtig en verre van christelijk leven. Hij werd advocaat, vestigde zich in Rome en vervolgens in Milaan. Daar ontmoette hij bisschop Ambrosius en onder diens invloed en mede door het voorbeeld en het gebed van zijn moeder de H.Monica, werd Augustinus bekeerd. Hij werd priester en later bisschop van Hippo bij Carthago in Noord-Afrika. Hij schreef verschillende theologische werken en zijn meest bekende boek "de Belijdenissen". Hij staat in het raam afgebeeld met een vlam als teken van zijn vurige liefde voor het H.Sacrament. De H.Martinus, ook genaamd Maternus van Tours, was geboortig uit het land van Luik en werd bisschop van Tongeren. Nadat hij in de Maasvallei het geloof had gepredikt stichtte hij daar een tiental kerken. Rond het jaar 276 stierf hij in Tongeren. Ook hij draagt het evangelieboek als teken van de verkondiging.
De derde reeks van drie ramen draagt bovenin de tekst "Magister Apostolorum" ofwel "heer en meester der geloofsverkondigers" en vervolgens zien we een drietal bisschoppen die een belangrijke rol hebben gespeeld bij de kerstening van ons land. St.Willibrordus, de patroon van de Nederlandse kerkprovincie. Hij was een Engelsman die monnik werd in een benedictijner-abdij in Ierland. Vanuit dat klooster te Retmelgising kwam hij in 690 met enige gezellen naar ons land. Vijf jaar later werd hij door paus Sergius I tot bisschop der Friezen gewijd. Alhoewel hij in heel het land predikte zijn de meeste herinneringen aan hem bewaard in Brabant. Hij stichtte abdijen en liet kerken bouwen, hij stierf in 739 en werd te Echternach (Luxemburg) begraven. Hij staat afgebeeld met de staf (foutief) in de rechterhand en een kerk als symbool van de stichting van vele parochies en kerken. Vervolgens St.Servatius, bisschop van Tongeren. Hij verplaatste de zetel naar Maastricht en preekte in heel Limburg. Volgens een oude legende ontving hij van de paus een gouden sleutel waarin een schakel van de boeien van Petrus was verwerkt. Deze sleutel wordt nog altijd in Maastricht bewaard en staat op het raam afgebeeld als symbool van het openen van het Rijk Gods voor de heidenen. Hij bestreed de ketterij van Arius die de goddelijkheid van Christus loochende. Op het raam verplettert hij de draak der ketterij. De derde en laatste in deze rij is Lambertus, in de middeleeuwen de meest vereerde heilige in Brabant. In 668 werd hij bisschop van zijn geboortestad Maastricht. Vervolging door de Merovingische hofmeyer Ebraïn verdreef hem van 674 tot 681 uit Maastricht, toen hij als monnik leefde in de abdij van Stavelot in de Ardennen. Zijn later prediken in Limburg en de Kempen leverde hem de titel "Apostel van Taxandrië". Nadat hij hofmeyer Pepijn had betrapt op echtbreuk, vermoordden diens trawanten hem in 785. Hij draagt dan ook de martelaarspalm en het zwaard waardoor hij werd gedood.
In de volgende reeks staat o.a. St.Jozef afgebeeld met in de linkerhand een zegel, waarop een schip op de golven. Dit schip stelt de kerk voor en St.Jozef is hier afgebeeld als beschermer der kerk. St Jozef werd door paus Pius IX na de aanvallen op de kerkelijke staat in 1870 uitgeroepen tot beschermer der kerk.
Bijna ongemerkt zijn we een tweetal schilderstukken gepasseerd. Ze stammen uit 1925 en hingen vroeger ter weerszijde van het Antoniusaltaar. Al predikend trok Antonius gedurende een deel van zijn leven door geheel Noord-Italië en Zuid-Frankrijk. Op een van zijn tochten ontmoette Antonius, die de H.Hostie bij zich droeg, in Rimini een ongelovige boer met een ezel. Terwijl de boer doorliep, boog de ezel de knieën voor het H.Sacrament. U ziet dit tafereel op een van de schilderstukken. Het andere schilderij heeft niet rechtstreeks betrekking op Antonius maar toont ons de H.Franciscus die zijn orde verdedigt bij de paus.
Boven de volgende reeks de tekst "Rex Martyrum" ofwel "Koning der martelaren" De eronder afgebeelde heiligen -Lucia, Johannes van Oisterwijk en Petrus- hebben dan ook hun leven gegeven voor het geloof. Het verhaal over de ogen van Lucia kennen we al van de beschouwing van het hoogaltaar. Ze werd door de gouverneur van Sicilië na verschillende martelingen om het geloof ter dood veroordeeld en onthoofd. Vanwege deze onthoofding is ze hier afgebeeld met het zwaard. In het volgende raam de H.Joannes van Oisterwijk wiens geschiedenis we ook al kennen van de beschouwing van het hoogaltaar. Tenslotte St.Petrus met de ketenen waarmee hij te Jeruzalem in de gevangenis was geboeid, in het derde raam. Door een engel werd hij op wonderbaarlijke wijze uit die gevangenschap bevrijd. Hij stierf in het jaar 67 in Rome, waar hij werd gekruisigd met het hoofd naar beneden.
De heilige Joannes van Oisterwijk
Boven de volgende serie van drie "Corona Virginum" (Kroon der maagden). Links de H.Oda, een Schotse koningsdochter, die op bedevaart trok naar het graf van St.Lambertus en daar van haar blindheid genas. Een latere pelgrimage voerde haar naar Rome. Ze is afgebeeld met de pelgrimsstaf als symbool van haar bedevaarten en met een opengeslagen boek met twee ogen als symbool van haar wonderbaarlijke genezing. Naast haar St.Barbara. Zij werd door haar heerszuchtige vader die niet wilde dat zijn dochter trouwde, opgesloten in een toren. Daar bekeerde ze zich tot het christendom. Toen ze haar vader vertelde bruid van Christus te willen worden, ontstak deze in woede en onthoofdde haar eigenhandig. Gebruikelijk wordt ze met een toren afgebeeld doch hier met het zwaard, teken van haar dood en een kelk als symbool van het geloof waarvoor ze stierf. Ze is patrones van de wapensmeden. De Florentijnse maagd Juliana is op het derde raam afgebeeld. Ze is een religieuze die erg leed aan een maagkwaal, zo zelfs dat ze niet kon communiceren. Op haar sterfbed ontving ze op wonderbaarlijke wijze toch de H.Hostie. Daaraan herinnert de ciborie waarmee ze is afgebeeld.
De laatste reeks van drie ramen bevat bovenin een voorstelling van Christus met de tekst "Pater pauperum" (vader van de armen). De drie heiligen eronder hebben dan ook iets te maken met de armoede. Links St.Elisabeth van Hongarije, de rijke edelvrouwe, bekend om haar liefdadigheid. Ze bracht brood naar de armen en toen zij haar opgeschorte mantel, waarin het brood was verborgen, op bevel van haar vrekkige echtgenoot opende, bleek deze zoals zij had gezegd rozen te bevatten. In het midden de H.Franciscus van Assisië, de stichter van de middeleeuwse bedelorde der Franciscanen. Hij gebood aan zijn volgelingen de armoede terwille van Christus. In extase ontving deze heilige de stigmata, de kruiswonden in handen en voeten, zoals op de afbeelding is te zien. Rechts de H.Clara die zich onder de hoede van St.Franciscus stelde en voor de vrouwen de arme orde der Clarissen stichtte, waarvan de orderegel op het gebied van de armoede even streng was als die der Franciscanen. Tijdens de plundering van de streek rond Assisië door de Saracenen verdreef Clara deze barbaren van de poort van haar klooster met een monstrans in de hand. Vandaar de monstrans waarmee zij is afgebeeld.