De dagkapel

Op weekdagen vinden hier de liturgievieringen plaats. De kapel is op "middeleeuwse wijze" gescheiden van de rest van de kerk. Op de afscheidingskolommen twee engelen met als passiewerktuigen de 5 nagels en de doornenkroon. Vroeger was dit de kapel van de H.Familie, wat men nog terugvindt in de ramen, die zoals de meeste, zijn uitgevoerd door Nicolas naar een ontwerp van Cuypers. Het rechterraam toont ons St.Jozef met Maria en het pasgeboren kind op de vlucht naar Egypte, met eronder de tekst (vertaald):"Neem het kind en zijn moeder en vlucht naar Egypte" en op de door MattheÜs gedragen banderol "en hij bleef daar tot de dood van Herodes" regels afkomstig uit het evangelie van Mattheüs. De evangelist is onder in het raam afgebeeld. Als interessant detail in dit raam geldt de zgn. "Genadestoel", een afbeelding die al in de middeleeuwen werd gebruikt. U ziet in dit raam God de Vader, gezeten op een troon, het kruis dragend waaraan de Zoon hangt, terwijl de H.Geest ook hier weer als een duif, tussen de hoofden van de Vader en de Zoon zichtbaar is. Eronder de tekst "De redding en heiliging van mensen door de Goddelijke barmhartigheid".

Het linkerraam gunt ons een blik in de timmermanswerkplaats van St.Jozef te Nazareth, weer met Maria en het opgroeiende kind. Ook hier weer evangelieteksten: "En hij ging met hen terug naar Nazareth" en "hij was hen onderdanig". Eronder de evangelist Lucas. Het middelste raam tenslotte toont ons het sterfbed van St.Jozef met Maria en Jezus. In zijn hand draagt Jezus een wolkje met daarin een menselijke gedaante, symbool van de ziel die het lichaam verlaat. Ook hier weer een drietal bijbelteksten: "Wie de wachter is van de Heer, zal verheerlijkt worden" en "Zalig de doden, die in de Heer sterven" en bovenaan, waar de Hand Gods is afgebeeld:"God is almachtig en bij hem is alles mogelijk".

De timmerwerkplaats van St. Jozef

Het gewaad van Maria is steeds weergegeven in de bekende Maria-kleuren, wit en blauw, symbolische kleuren voor reinheid en dienstbaarheid. Minder bekend is dat St.Jozef -zoals ook hier- veelal wordt afgebeeld in een paars gewaad, de kleur van overweging, rust en stilzwijgendheid.

Onder in dit raam treffen we koning David aan, gezeten op een troon in een rode mantel. Rood is de kleur van het bloed en van de martelaren, maar in de beeldende kunst ook de kleur van de macht en de gerechtigheid. Vorsten en rechters kregen dan ook veelal een rode mantel. David toont hier op een lint de tekst "Beati mortui..." (=zalig zij, die in de heer zullen sterven) een aanroeping uit de getijden der overledenen en uit het officie van Allerzielen. Deze tekst is niet van David maar slaat op het sterfbed van St.Jozef erboven.

De preekstoel

De preekstoel

De neo-barokke eikehouten preekstoel, afkomstig uit de vroegere kerk, is omstreeks 1850 vervaardigd door J.F.van Hool te Antwerpen. De preekstoel behoort volgens oud gebruik te worden opgesteld aan de evangeliezijde (noordzijde) van het schip en staat dus in onze kerk niet op de goede plaats. De kansel bestaat uit een voetstuk, de kanselkuip, de toegangstrap tot die kuip en tot slot een klankbord. Het klankbord van onze preekstoel is helaas bij de afbraak van de oude kerk in 1895 verloren gegaan. Op de zijkanten van de kuip zien we een tweetal afbeeldingen: Jezus als de Goede Herder die het verloren schaap terugbrengt naar de kudde en op het tweede paneel de predikende Christus. Omtrent deze tweede afbeelding bestaat geen zekerheid. Sommigen houden het op de verrezen Christus of op een predikende Johannes de Doper. Op het deurtje staat een bisschop afgebeeld. Omdat de kerk eeuwenlang werd bediend door de monniken van de Augustijnenabdij St.Geertrui te Leuven, is hier mogelijk St.Augustinus afgebeeld. Een andere mogelijkheid is dat hier een bisschop is afgebeeld als teken dat het de bisschop is die de priesters en diakens de opdracht tot prediking van het woord geeft. Zowel aan de buitenzijde van de kuip als op de leuningen van de trap vinden we een aantal engeltjes, mogelijk symboliserend dat het de engelen waren, die bij Bethlehem als eersten aan de herders de blijde boodschap verkondigden. Een der engelenfiguurtjes is enkele jaren geleden gestolen.

 

Het Maria-altaar

De kapel waar dit altaar staat was vroeger (vóór de terugvinding van het Maria Vreugderijckebeeld in 1910) de Mariakapel. Het altaar komt uit het atelier van Cuypers. Er staan 4 vrouwen op afgebeeld, van links naar rechts: Maria de zuster van Mozes, Elisabeth met de rozenkrans om haar hoofd waarbij de tekst duidt naar een gefantaseerde lofzang (de lofzang van Zacharias, Lk.1), Judith en als vierde de Joodse koningin Esther (het doosje verwijst naar het Poerimfeest).

De letters midden in het altaar stellen de S, A en M voor en staan voor Sancta Maria.

Boven het altaar, ter linkerzijde een voorstelling van de boodschap van de engel aan Maria, verder naar links en iets hoger de H.Anna (de moeder van Maria). Het door Maria gedragen boek heeft hier de betekenis "de wijsheid". Aan de rechterkant Maria naar de tempel en wat verder naar rechts en hoger Joachim (de vader van Maria) die een stukje tekst uit het boek Wijsheid in zijn handen heeft. Boven de expositietroon is de beeldengroep van Onze Lieve Vrouwe van het H.Hart geplaatst. De achtergrond wordt gevormd door een grote mandorla. Hierop zijn vijf medaillons aangebracht met taferelen uit het leven van Maria: Jezus als twaalfjarige in de tempel, Christus met het kruishout voor Maria, de kroning van Maria, Christus aan het kruis en de visitatie. Deze taferelen zijn gekozen uit de Blijde, Droevige en Glorievolle Geheimen van de Rozenkrans, waaraan dit altaar volgens het opschrift is toegewijd.

Het Maria-altaar

Boven het altaar wederom ramen van Nicolas naar ontwerp van Cuypers met afbeeldingen van o.a. het huwelijk van Maria en Jozef voor de joodse priester (linkerraam) en de tenhemelopneming van Maria. Het linkerraam toont voorts bovenin de Vader en de Zoon gezeten op een troon met de H.Geest als duif. De Vader en Zoon zijn hier ongekroond. Behalve door de kleur van de mantel is de Vader te herkennen aan de scepter, het symbool van macht. Samen dragen Vader en Zoon de wereldbol, teken van de schepping en van de wereldheerschappij.

Het hoofdaltaar

Het hoofdaltaar

Bij onze rondgang door de St.Petruskerk komen we thans aan het priesterkoor, waar de aandacht allereerst wordt getrokken door het neo-gotische altaar dat in 1896 door H.v.d.Geld werd gemaakt naar een ontwerp van Cuypers.

Zoals alle oudere altaren kan ook dit altaar verdeeld worden in een onderbouw (de zg. tombe, altaarsteen of offertafel) en de bovenbouw of opstand (ook retabel genoemd). Omdat in de vroeg-Romeinse tijd de eucharistie werd gevierd boven de graven van de martelaren, heeft de onderbouw van het altaar nog altijd de vorm van aan graftombe. Aan de voorzijde van de tombe vindt men het voorhangsel of antependium. Dit kan bestaan uit op panelen gespannen stof ofwel uit met edel metaal versierde panelen. Een derde mogelijkheid is (zoals hier) dat het antependium bestaat uit gebeeldhouwde panelen. Alhoewel niet bepaald voorgeschreven, is het een goede gewoonte, dat de versieringen van de onderbouw veelal afbeeldingen of personen uit het oude testament bevatten, terwijl die van de bovenbouw betrekking hebben op het nieuwe testament. Voor op de tombe ziet men achtereenvolgens vanaf links: koning David met scepter en harp; de priester Aaron (de broer van Mozes) met wierookvat; Abel met het offerlammetje, teken dat zijn offer in tegenstelling tot dat van zijn broer Kaïn aan God welgevallig was; de Hogepriester Melchisedek met brood en de kelk met wijn, symbool van de eucharistie; Isaäc met het brandhout dat hij zelf de berg op draagt, voorafbeelding van de kruisdragende Christus; Mozes met de stenen gebodstafelen; koning Salomon met de scepter, de bouwheer van de eerste Joodse tempel.

In de altaartafel, de plaats waar het misoffer wordt opgedragen, bevindt zich, afgedekt door altaardwalen, de zgn. altaarsteen, een door de bisschop gewijde steen met 5 kruisjes, symbool van de 5 kruiswonden van Christus. Onder de steen liggen de relieken van heiligen, dit als symbool van de vroegere vieringen van de eucharistie op de graven der Romeinse martelaren.

De bovenbouw van het altaar ofwel de retabel. Allereerst het tabernakel waarop men het Lam met de zeven zegels ziet en de symbolen van de vier evangelisten: de adelaar (St.Johannes), de mens (St. Mattheüs), het rund of de os (St.Lucas) en de leeuw (St.Marcus). Al deze symbolen zijn ontleend aan het laatste bijbelboek, de Apocalyps of het boek der openbaringen van Johannes. Deze evangeliesymbolen vindt men eveneens terug op de uiteinden van het grote triomfkruis, dat is opgehangen boven het priesterkoor en dat omstreeks 1900 werd gemaakt door H.v.d.Geld, vermoedelijk naar een ontwerp van Cuypers. Terug naar het hoofdaltaar. Om het tabernakel is de eigenlijke op- stand gebouwd. Links en rechts van het tabernakel vinden we de vier grote profeten: Jesaïa, Jeremia, Ezechiël en Daniël, figuren dus uit het oude testament, die eigenlijk in de onderbouw zouden thuishoren. Boven deze profeten, in de altaarvleugels ziet men links een afbeelding van het wijnwonder bij de bruiloft te Kana en rechts van de wonderbaarlijke broodvermenigvuldiging, beide zinnebeelden van de eucharistie. Onder deze beide voorstellingen de tekst: "Altare privilegiatum quotidianum perpetuum" (geprivilegieerd altaar, van dag tot dag tot in eeuwigheid). Boven het tabernakel bevindt zich de zgn. expositietroon, waarin soms de monstrans met hostie ter aanbidding wordt uitgestald en waarop meestal een kruisbeeld is geplaatst. Naast deze expositietroon twee beelden van heiligen. Links de H.Lucia met een schotel of pateen, waarop twee ogen. Volgens een legende werd een heidense jongeman bijzonder aangetrokken door de mooie ogen van St.Lucia, die zich tot de maagdelijke staat had verbonden. Omdat ze haar roeping trouw wilde blijven stak ze zelf die ogen uit en zond ze op een schotel aan haar aanbidder toe, waarop deze zich tot het christendom bekeerde. Rechts Joannes van Oisterwijk, een der martelaren van Gorcum, die in 1572 in den Briel werd opgehangen. Hij draagt de palmtak der martelaren en het koord met strop ter verwijzing naar zijn dood.

Hoger, aan de voet van het pinakel of siertorentje zien we de beelden van een viertal heiligen. Aan de voorzijde paus Gregorius met tiara en drievoudige kruisstaf en Hieronimus met kardinaalshoed en tweevoudige kruisstaf. Aan de achterzijde de bisschoppen Ambrosius en Augustinus met mijter en krulstaf. Dit zijn de vier kerkvaders die in hun geschriften de eucharistie hebben verdedigd. Ze worden in de kunstgeschiedenis dan ook aangeduid als "verdedigers van het Sacrament". Aan de zijkanten van de retabel de afbeeldingen van de apostelen Petrus en Paulus.

Op het priesterkoor bevindt zich de grote bronzen koorlezenaar of lutrijn in de vorm van een adelaar, symbool van de evangelist Johannes. Deze lutrijn werd in 1940 vervaardigd door de firma Hamers te Tilburg en is een kopie van de lezenaar in de Onze Lieve Vrouwekerk te Halle in België.

Uit omstreeks 1898 stammen de beelden van H.v.d.Geld uit 's-Hertogenbosch, die men ziet aan de pilaren die het priesterkoor afsluiten. Ze stellen voor St.Petrus met de boeien in de hand (de patroon van de parochie) en St.Johannes van Oisterwijk, de te Oisterwijk in 1504 als Joannes Lenartsz geboren monnik, die (we hebben het zojuist gezien) tezamen met 18 anderen te Gorinchem werd gemarteld en uiteindelijk te Brielle ter dood gebracht werd.

De communiebanken die het gedeelte van het priesterkoor af-sluiten waar het hoogaltaar staat zijn nog afkomstig uit de oude Petruskerk van voor 1895. De afbeelding van de mannaregen die men er op vindt is een zinnebeeldige voorstelling van de H.Eucharistie als voedsel voor het geestelijk leven.

Het orgel

Vooraleer we de kooromgang rond het oude hoofdaltaar ingaan, hebben we vanaf het priesterkoor omziende, een goed zicht op het fraaie kerkorgel. In 1828 werd het Oisterwijkse orgel -met gebruikmaking van onderdelen van het oude kerkorgel- gebouwd door Bern.van Hirtum uit Hilvarenbeek en dat voor de prijs van f.2.200,-. In 1880 werd dit orgel grondig gerestaureerd en uitgebreid door de firma Franssen uit Roermond. Na de bouw van de huidige kerk werd het orgel daarin overgebracht en -wederom door de firma Franssen- opnieuw gerestaureerd en uitgebreid. Zo kreeg het orgel een geheel nieuw front, ontworpen door architect Cuypers. In 1900 was het werk gereed en werd het weer in gebruik genomen. Restauraties en aanvullingen vonden plaats in 1935 en 1946, laatst vanwege geleden oorlogsschade. Vervolgens vond in 1956 weer een totale revisie plaats. Zeer onlangs is de laatste restauratie -uitgevoerd door de fa.Gebr. Vermeulen uit Weert- gereed gekomen.

Uitzicht op het orgel

Voor de kenners: Het orgel heeft 2808 pijpen, 44 sprekende registers, 3 manualen en een pedaal met een electro-pneumatische tractuur.

Op de ombouw -behalve het bouwjaar "Anno 1900" de harpspelende koning David (links) en de H.Caecilia, de Romeinse martelares en beschermheilige van de muziek.

Boven het orgel ziet men het gebrandschilderde raam, in 1956 vervaardigd door Max Weiss, doch eerst in de 70-er jaren geplaatst, voorstellende de verrezen en verheerlijkte Christus met daarboven de hand Gods en de duif als symbool van de H.Geest.

Terug naar de index van deze rondgang